Gezondheid & cafeïne

Wat is cafeïne?

Cafeïne is een natuurlijk alkaloïde uit de methylxanthinefamilie, aangemaakt door de koffieplant, theestruik, cacaoboom, guarana en colanoot. Het is wereldwijd het meest gebruikte psychoactieve middel: het blokkeert de adenosinereceptoren in de hersenen en stelt zo de vermoeidheid uit terwijl de alertheid stijgt.

Chemisch gezien is cafeïne 1,3,7-trimethylxanthine (C8H10N4O2), een witte, bittere, kristallijne molecule die in 1819 voor het eerst werd geïsoleerd door de Duitse scheikundige Friedlieb Ferdinand Runge, naar verluidt op vraag van Goethe zelf. De koffieplant maakt cafeïne aan als natuurlijk pesticide: de molecule verlamt bladetende insecten en remt bovendien de kieming van naburige planten af, een verschijnsel dat ecologen allelopathie noemen.

De farmacologie is vandaag goed in kaart gebracht. Doorheen de dag stapelt adenosine zich op in de hersenen en bindt aan de A1- en A2A-receptoren, wat de neurale activiteit afremt en slaperigheid veroorzaakt. Cafeïne lijkt qua vorm zo sterk op adenosine dat ze dezelfde receptoren bezet zonder ze te activeren — competitief antagonisme heet dat. De vermoeidheid wordt gemaskeerd, dopamine en noradrenaline circuleren vrijer, de alertheid gaat omhoog. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) beschouwt een enkele dosis tot 200 mg als veilig voor gezonde volwassenen, en een totale dagelijkse inname tot 400 mg als zonder veiligheidsprobleem (EFSA Scientific Opinion, 2015).

Cafeïne wordt in 30 à 45 minuten bijna volledig opgenomen in de dunne darm, bereikt haar plasmapiek rond de 45 minuten en wordt in de lever afgebroken door het enzym CYP1A2. De gemiddelde halfwaardetijd bij volwassenen bedraagt 4 tot 6 uur, maar de individuele variatie is groot: trage metaboliseerders houden cafeïne tot twee keer zo lang vast als snelle. Dit genetische verschil verklaart waarom de ene zonder problemen een espresso na het avondmaal drinkt en de andere om 14 u moet stoppen om nog te kunnen slapen.

Hoeveel er in een kopje zit, hangt af van de methode en de variëteit. Een ristretto-espresso bevat ongeveer 63 mg cafeïne, een filterkoffie zo'n 95 mg, een French press 107 mg (USDA FoodData Central). Arabica blijft steken rond 1,2 à 1,5 % cafeïne per gewicht, terwijl Robusta 2,2 à 2,7 % haalt. Een specialty espresso in Brussel, Gent of Antwerpen, gezet met 18 g Arabica, ligt typisch tussen 100 en 130 mg — evenveel cafeïne als in de anderhalve liter cola die menig kantoorwerker doorheen de namiddag sipt, maar dan in één slok van 30 ml.

Cafeïne in het kort: kernfarmacologie

ParameterTypische waardeBron / toelichting
Chemische formuleC8H10N4O2 (trimethylxanthine)Geïsoleerd door Runge, 1819
Plasmapiek30-45 min na innameBijna volledige opname in dunne darm
Halfwaardetijd volwassene4-6 u (mediaan ~5 u)CYP1A2-variabiliteit
EFSA veilige enkele dosis≤ 200 mgEFSA Opinion 2015
EFSA veilige dagelijkse dosis≤ 400 mg gezonde volwasseneCirca 4-5 espresso's
HoofdmechanismeAntagonist A1/A2A-receptorenBlokkeert adenosinesignaal